Welke voegwoorden kan ik gebruiken en waar plaats ik ze in de zin?

Link

Een onderwerp dat in de lessen steeds terugkomt is zinsbouw. Deze les richten we ons op het vormen van samengestelde zinnen. Van mijn cursisten hoor ik vaak dat ze het moeilijk vinden om op de juiste manier deelzinnen te combineren. Een enkelvoudige zin bestaat uit één hoofdzin en heeft maar één persoonsvorm. Een samengestelde zin bestaat uit meerdere hoofdzinnen of heeft een of meer bijzinnen. In hoofdzinnen staan onderwerp en persoonsvorm bij elkaar, in bijzinnen staan onderwerp en persoonsvorm niet bij elkaar.

Meestal herken je de delen van de samengestelde zin doordat er een komma of een voegwoord tussen staat. Allebei kan ook. Een voegwoord ‘plakt’ twee zinnen aan elkaar en zorgt ervoor dat het verband tussen (de inhoud van) de zinnen duidelijk wordt. Een voegwoord komt het meest voor in het midden van de zin, met links daarvan de ene zin en rechts daarvan de andere zin.

Maar welke voegwoorden gebruik je in hoofdzinnen en bijzinnen en wanneer schrijf je een komma? Dat zetten we in de les op een rij en laten we in oefeningen regelmatig terugkomen in de les.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *