Wat kies ik: de verleden tijd of het voltooid deelwoord?

Standaard

Vandaag hebben we in het kort herhaald welke werkwoordstijd je kiest als je het hebt over een gebeurtenis in het verleden. En hoe spel je deze werkwoordsvorm dan goed? Ook hebben we op een rijtje gezet wanneer we bij een voltooid deelwoord hebben of zijn gebruiken. Hier vind je de uitleg van de werkwoordspelling van de verleden tijd en van het voltooid deelwoord.

Als de verleden tijd of het voltooid deelwoord van een werkwoord afwijkt van de regelmaat die we zien bij zwakke werkwoorden, spreken we van sterke werkwoorden. We hebben geoefend met de spelling van sterke werkwoorden in de verleden tijd en voltooid tegenwoordige tijd. Regelmatig oefenen helpt om te onthouden hoe we sterke werkwoorden in deze werkwoordstijden goed moeten spellen.